nom nom nom

Ik kreeg deze week een artikel uit de NRC boekenbijlage opgestuurd. Mijn moeder had er een briefje bij gedaan dat ze bij het lezen aan mij moest denken. Altijd leuk, zo’n envelop met verrassing bij de post!

Het artikel, geschreven door Ger Groot en afgedrukt in de krant van 4 juni, is een recensie en reflectie op het nieuw verschenen boek van Piet J. Buijnsters: Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie. Het blijkt een aardig boek te zijn over de verscheidene boekencollecties die Nederland rijk is; niet de kasteelcollecties van adellijke families (want die hebben we in Nederland blijkbaar nauwelijks), maar de buitenissige collecties van “gewone mensen”.

Best leuk om te lezen. Maar wat ik vooral interessant vond is dat Buijnsters een onderscheid maakt tussen een bibliofiel en een boekenomnivoor. Ik citeer:

een bibliofiel heeft … niet zomaar een grote hoeveelheid boeken in de kast staan. Hij (soms een zij en af en toe een echtpaar) stelt zijn collectie samen met het oog op bijzondere kenmerken van de verzamelde boeken. Hij investeert meer in kwaliteit dan in kwantiteit, specialiseert zich in een bepaalde genre boeken … of zelfs onderdelen daarvan: bijzondere banden, ex-librissen, sierpapier of grafiek.

In tegenstelling daartegen is het een boekenomnivoor “allereerst om de inhoud te doen”.

Ik hoef mijn kwalificaties als boekenliefhebber niet uit de doeken te doen, denk ik. Wie mij meer dan drie minuten spreekt komt er al gauw achter dat ik lezen heel belangrijk vind. En hoewel er best wel wat geld in mijn verzameling zit (overigens is dat natuurlijk allemaal relatief, gezien ik het door de jaren heen heb opgebouwd), mag ik me volgens Buijnsters niet tot de bibliofielen rekenen. Ik hoor duidelijk thuis in de categorie boekenomnivoor.

Wat ik overigens prima vind. Boeken zijn er om te verslinden, om ademloos doorheen te racen en daarna rustig nog een keer te lezen om alle nuances te waarderen. Boeken zijn er om door te geven, over te praten, en over na te denken. En hoewel ik heel gelukkig kan worden van mooie edities, zou ik het maar niets vinden, een collectie die zo waardevol is dat je het niet aan mag raken.

Ik kreeg het idee dat Buijnsters zelf een bepaalde status aan het begrip “bibliofiel” koppelde. En ook dat is prima: ik vind “boekenomnivoor” ruimschoots voldoen, als een soort geuzennaam dan wel badge of honor. Het heeft bovendien de bijkomend voordeel dat het een stuk minder tijd kost – tijd dat dan besteed kan worden aan het lezen zelf. Een win/win situation, toch?

4 thoughts on “nom nom nom

  1. butterflydreams24 says:

    Nou boekenomnivoor it is! Daar sluit ik me dan ook volledig bij aan🙂 Wat nou bibliofiel? Boekenomnivoor is ook veel hipper! hihi🙂 misschien moeten we een boekenomnivoor club starten…(het woord is niet eens uit te spreken, lol)

  2. Zou er dan ook een boekenvegetariër zijn, vraag ik me af.

    (En een heel vervelende toevoeging (Sorry! Excuses!): ik vind, voorlaatste alinea, is zonder t.)

  3. Saskia says:

    Dat is een hele nuttige toevoeging, helemaal niet vervelend. Ik zal het meteen aanpassen.

    En ik denk dat er wel boekenvegetariers bestaan, zoals de man die “How To Talk About Books You Haven’t Read” heeft geschreven. Hij vindt (nu wel met t, toch?) dat je boeken niet hoeft te lezen om er wel over te kunnen praten omdat boeken deel zijn van ons collectieve bibliotheek. Bovendien is een boek lezen een soort respectloze daad, gezien je dan andere boeken niet gaat lezen. Het zijn interessante theorieen van hem, al kan ik niet in alles meegaan..

  4. Iedere keer als ik dat boek (“how to talk about books ….”) verkoop, vraag ik me af hoe je zou kunnen praten over dát boek. Als ik nu, op basis van jouw korte opmerkingen, zou moeten instemmen of niet, dan kies ik ervoor om het oneens te zijn. Je kunt best praten of meningen hebben over dingen die je niet kent, maar erg gefundeerd zullen die meningen niet zijn (net als deze mening weinig substantieel is ten aanzien van dit boek).

    Misschien een idee om in de (nabije) toekomst eens te lezen.

    In plaats van “boekenalleseter” zou je jezelf volgens mij ook best een “boekenveelvraat” mogen noemen, of een “boekenworm” als verwijzing naar de allesverslindende zandwormen op Duin (overigens ook een boek dat ik niet gelezen heb, dus misschien heeft die Pierre Bayard (“de man die …”) toch gelijk.

    “Mijn leraar, die mij altijd placht te dreigen:
    ‘jongen, jij komt nog op het verkeerde pad!’
    kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen;
    dat wil zeggen, hij heeft toch gelijk gehad.”
    – Boudewijn de Groot, Testament

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s